Altaplana, world of Francois Schuiten and Benoit Peeters

the impossible & infinite encyclopedia of the world created by Schuiten & Peeters

User Tools

Site Tools


Sidebar

Main menu

Browse dictionary

Browse in logical order:
Persons | Cities | Albums | More...

Browse in chronological order:
Timeline | Obscure Timeline | New pages

Browse in alphabetical order:
A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | XYZ


Visit also

Visit Catalogue

Visit Office of Passages

Visit Atlantic 12


Follow us!

Visit altaplana on Facebook Visit altaplana on Google plus Visit altaplana on twitter


Auteurs François Schuiten en Benoît Peeters over hun Duistere Steden

“Het is veel opwindender om Courbet te tekenen dan Dehaene.”

Michel Kempeneers (“De Standaard der Letteren”, 22/04/1999)

François Schuiten en Benoît Peeters genieten internationale bekendheid met hun stripreeks De Duistere Steden. Ze laten zich bovendien geregeld verleiden tot zijstapjes in andere domeinen als film of scenografie. Nadien bouwen ze die realisaties consequent in het fascinerende universum der Duistere Steden in. Een gesprek over deze reeks, naar aanleiding van het nieuwe album ervan: De schaduw van een man.

De Duistere Steden is in meerdere opzichten een merkwaardige serie. Ze is gesitueerd in een wereld die veel wegheeft van een laatnegentiende-eeuwse versie van onze wereld. De protagonisten zijn eigenlijk de indrukwekkende steden, die allemaal getypeerd zijn door een unieke architectuur, waaronder veel Art Nouveau varianten. Ondanks hun architecturale pracht komen ze vanwege hun monumentale afmetingen en het kafkaëske karakter van de regimes meestal erg dreigend over. In elk album staat steeds een andere stad centraal.

De vorm van de albums bewijst dat Schuiten en Peeters (beiden 1956) het zichzelf niet makkelijk maken, en steeds op zoek trekken naar experiment en vernieuwing. Nu eens een verhaal waarin foto's worden verwerkt (Het scheve kind), dan weer een geïllustreerde tekst (De archivaris; De weg naar Armilia) of een krant (De Echo der Steden). Album na album puzzelen ze verder aan hun universum, koppelen elementen aan elkaar, voeren historische personages op (Verne, Nadar, Poelaert, …), bedenken nieuwe steden, enz. De consequente manier waarop ze dit intrigerende universum blijven uitbouwen en de intelligente manier waarop ze hun visie op bijvoorbeeld het stedenbouwkundig (gebrek aan) beleid van Brussel in hun albums verwerken, vormt ongetwijfeld de verklaring waarom De Duistere Steden ook een ruim publiek bereikt dat voor het overige nauwelijks in strips is geïnteresseerd.

Drie jaar na Het scheve Kind hebben François Schuiten en Benoît Peeters een nieuw album in hun Duistere Steden-cyclus uit. In De schaduw van een man hebben ze het over Albert Chamisso, wiens schaduw plots volledig van kleur wordt. Zijn medeburgers zien het met veel argwaan aan, en in geen tijd wordt Albert een sociale outcast. In de tweede helft van het album leert Albert zijn nieuwe zelf te aanvaarden, en begint het leven hem vervolgens weer toe te lachen. Tijdens het gesprek zal Peeters vooral de ratio van het duo vertolken. Schuiten is meer de energieke, creatieve pool, met een aanstekelijk, bijna kinderlijk enthousiasme. Ze spreken elkaar nochtans bijna nooit tegen, vuller elkaar in hoog ritme aan. Zoveel is duidelijk: na bijna twintig jaar intensieve samenwerking voelt dit duo elkaar perfect aan.

Ook nu weer is het nieuwe album van de Duistere Steden sterk verschillend van zijn voorganger. Wat geeft de doorslag in die keuze?

François Schuiten: Telkens we aan een nieuw album beginnen, gaat daar een lange voorgeschiedenis aan vooraf. We zouden niet zomaar aan iets nieuws kunnen beginnen. Het thema moet hebben kunnen rijpen en we proberen het uit. Wanneer we dan eindelijk aan het eigenlijke album beginnen, zijn we beiden overtuigd van de noodzaak van het thema. Ditmaal wilde ik perse een album in kleuren, want het vorige verhaal, Het scheve kind, was in zwart-wit. Benoît wilde een directer verhaal, met meer nadruk op de leesbaarheid. Zo zijn er een aantal redenen die ons ertoe brengen dit verhaal te maken op dit moment. We hebben steeds meerdere projecten of ideeën die aan het rijpen zijn. We willen bijvoorbeeld al jaren een verhaal maken over Pâhry (Parijs), maar we geraken er niet uit.

Waarom precies nu De schaduw van een man?

Benoît Peeters: Dat idee van de schaduw was voldoende gerijpt om eraan te kunnen beginnen. Op een bepaald moment vinden we dat een idee ons zowel grafisch als narratief voldoende kan bekoren om tot een bevredigend resultaat te komen. Schaduw is een klassiek thema, bijna zo oud als de literatuur en de schilderkunst. Veel zulke heel oude thema's, zoals bijvoorbeeld ook de toren van Babel toen we De toren maakten, moet je op een persoonlijke manier exploreren om ze interessant te houden. We putten dus uit die traditie, maar proberen er toch iets eigens van te maken. Met de kleur, die in dit album de motor van het verhaal is, hebben we een heel eigen invulling aan dit thema gegeven.

Schuiten: In de pakweg drie jaar dat we aan zo'n album werken ó weliswaar niet permanent ó moeten we er op elk moment van overtuigd zijn dat er iets te oogsten is, het thema moet potentieel bezitten. Goede onderwerpen kunnen tóch snel op een dood punt belanden. Een goed thema lijkt op een boomachtige vertakking, waarbij er steeds nieuwe uitwijkmogelijkheden ontstaan. Verder vinden we het heel belangrijk dat een nieuw album duidelijk anders is dan het vorige.

Nochtans draait De schaduw van een man rond een lichamelijk ongemak waardoor het hoofdpersonage gemarginaliseerd raakt. In Het scheve kind hangt het hoofdpersonage ongewild scheef, en verwordt daardoor tot een kermisattractie. In wezen is dat hetzelfde onderwerp.

Peeters: Het moet op zijn minst de indruk wekken niet hetzelfde te zijn, want het klopt dat we wat blijven hangen bij sommige thema's. We zijn ons daar wel degelijk van bewust, zo naïef zijn we nu ook weer niet. Maar, we proberen wel dat thema voldoende anders aan te pakken opdat dat niet te veel opvalt en opdat wijzelf niet het gevoel hebben dat we in herhaling vallen. Sommige thema's spreken ons waarschijnlijk meer aan.

Schuiten: De schaduw van een man herneemt deels datzelfde thema uit Het scheve kind, maar brengt het anders aan en werkt er een ander aspect van uit. We ontkennen de gelijkenis niet, maar vermoedelijk hebben we het nu wel gehad. Het is niet steeds mogelijk een onderwerp in een album volledig uit te werken.

Hoort het toevoegen van allerlei vewijzingen en knipoogjes ook tot de geijkte procedure?

Schuiten: Die knipoogjes ontstaan spontaan, we fabriceren ze niet. Het is zeker geen bewuste strategie.

Peeters: Neen, en het is ook geen verplichting. Het kan best dat een verhaal geen enkel personage of geen enkel detail bevat dat reeds in de vorige albums is voorgekomen. Uiteindelijk hebben we reeds zoveel materiaal en personages gebruikt, dat het véél gemakkelijker is iets of iemand opnieuw op te voeren. Maar om te vermijden dat dat een valkuil wordt, doen we het niet systematisch. De schaduw van een man bevat bijvoorbeeld veel minder verwijzingen naar de rest van de reeks dan dat het geval was in Het scheve kind. Dat album werd daardoor ook veel complexer, en dat heeft een aantal lezers misschien in de war gebracht. Iemand die de rest van de reeks niet kent, kan De schaduw van een man op een directe, lineaire manier lezen.

Raken jullie zelf nog wijs uit die myriade van namen en feiten in de Duistere Steden?

Peeters: Dat valt wel mee. We hebben gelukkig een goed geheugen, en verder bestaan er boeken die alles uitstekend in kaart gebracht en gesytematiseerd hebben, zoals De gids van de Duistere Steden. Of sommige lezers reiken ons nuttige instrumenten aan. Een kerel uit Québec heeft op het Internet een waanzinnig exhaustief woordenboek over de Duistere Steden geplaatst (www.total.net/~sylvst/fIndex.htm ó nvdr). Hij vermeldt daar echt alles in: wat de mensen eten in sommige restaurants, de namen van de machines, steden waaraan ooit gerefeerd is… Toegegeven, soms weten we het inderdaad zelf niet meer. Sommige details vullen we immers uit de losse pols aan, omdat ze op het moment zelf niet belangrijk lijken. Maar we kunnen alles terugvinden.

Is het telkens opvoeren van authentieke negentiende-eeuwse personen zoals Verne, Nadar of Poelaert een essentiële ingrediënt van de reeks?

Schuiten: Neen. In het geval van Nadar (1820-1910: een pionier van het stripverhaal, de fotografie en de luchtvaart, nvdr) ligt het wat speciaal. Hij was al voorgekomen in de reeks. Bovendien kennen we de figuur erg goed, want in 1994 hebben we een expositie over hem gebouwd. Vooral die vertrouwdheid is een troef in een verhaal. We hebben Nadars leven bestudeerd en vinden het een ongelooflijk modern personage. Het lijkt ons heel natuurlijk dat hij op dat moment in het verhaal voorkomt. Nadar opvoeren in een verhaal is een vorm van eerbetoon, onze manier om te tonen hoezeer hij ons heeft geïnspireerd.

Jullie gebruiken voor de Duistere Steden niet zomaar bekende figuren uit die negentiende eeuw. Het zijn allemaal visionairs, in zekere zin ook utopisten.

Schuiten: Dat speelt mee. Dat soort utopisten bouwen uiteindelijk het universum van de Duistere Steden. Het is erg fascinerend je in dergelijke figuren te verdiepen. We lokaliseren ze en geven ze een zekere zichtbaarheid. Op voorwaarde dat ze ook een opmerkelijke fysieke uitstraling hebben. Bovendien zijn ze veel prettiger om tekenen. Het is veel opwindender om een Courbet of een Baudelaire te tekenen, dan een Dehaene. Daar kan ik ook niets aan doen. (lacht)

Krijg je zo niet het omgekeerde effect? Achter elke naam, elk gezicht die jullie introduceren in de Duistere Steden, zullen lezers verwijzingen willen vinden, ook al zijn die er niet.

Peeters: Je moet ook niet achter alles iets zoeken. De stad waar De schaduw van een man zich afspeelt, heet Blossfeldtstad. Want het is een stad waarvan de sfeer en het beeld zijn gebaseerd op de foto's van Blossfeldt, een Duitse fotograaf uit de negentiende eeuw. Maar als je denkt dat die stad zo heet omdat de naam Duits klinkt, en dat het een stad is met een futuristische look, dan is dat even goed. Het verhaal wordt er niet minder begrijpelijk door. Het is een knipoog naar lezers die Blossfeldt kennen, maar er is geen minwaarde voor de anderen. Ik ben ervan overtuigd dat de verwijzingen in onze albums niet alles overheersend zijn voor wie ze niet herkent. Als een verhaal goed ineen steekt, behoudt het steeds zijn verstaanbaarheid, los van alle mogelijke referenties.

Het hoofdpersonage uit De schaduw van een man heeft de fysionomie en lichaamsbouw van Benoît Peeters. Waarom? Is dat ook een private joke?

Schuiten: Helemaal niet. We proberen in de reeks meer en meer de nadruk te leggen op de personages, hen dichter op de huid te zitten. Als het ware een accentverschuiving van de steden naar de personages. Dat kan maar door zowel hun uiterlijk als hun karakter beter te bestuderen. We moeten afstappen van geprefabriceerde personages, zoals ik ze misschien in de pols heb. Reeds in Het scheve kind zijn we daarmee begonnen. Toen heeft mijn petekind model gestaan. Voor De schaduw van een man heb ik Benoît voorgesteld als model te dienen. Dat paste perfect in de evolutie die we nastreven. Het gaf de mogelijkheid iets verder te gaan in sommige details en bewegingen, want ik ken Benoît heel goed. En zo kon hij me steeds helpen waar nodig.

Het kleurengebruik in De schaduw van een man is een andere opmerkelijke vernieuwing. Nooit eerder waren de kleuren in een album van de Duistere Steden zo warm.

Schuiten: Ik heb inderdaad een bijzondere inspanning gedaan voor de kleuren. In Het scheve kind was het zwart-wit extra zwaar door de foto's die in het album zijn verwerkt. Daarom wilde ik nu als het ware extra veel kleur. De confrontatie van de twee is interessant.

Nochtans is het niet uw eerste album in kleur.

Schuiten: Dat klopt, maar ik heb wel voor het eerst gewerkt met kleuren die niet van mezelf zijn. Ik heb gebruik gemaakt van kleurpotloden, en die moet je nemen zoals ze zijn. Ik koos enkel de kleur, maar ik maakte ze niet zelf. Als je zelf je kleuren mengt, ben je geneigd steeds dezelfde samenstelling te maken. Bovendien begon ik ditmaal met de inkleuring, de kleur was het basiselement van de tekening. De aflijning gebeurde maar op het einde. Dat maakte de kleur nog extra belangrijk.

François Schuiten wordt geroemd om zijn tekeningen, maar toch is zijn tekenstijl nogal houterig. Dat wordt bovendien geaccentueerd door de arceringen en de heel typische bewegingslijnen, en het valt vooral op in langere scènes met weinig personages. Vindt u dat een stilistische tekortkoming?

Schuiten: Ik begrijp wat je bedoelt, maar ik ben het niet eens met de omschrijving houterig. Ik geef wel toe dat mijn stijl wat theatraal is, zeker vroeger, omdat de compositie van mijn tekeningen toen ook veel theatraler was. Ik hou van doorwrochte composities.

Peeters: Het stripverhaal heeft een heel speciale verhouding met beweging. Het is een kunstvorm met vaste beelden die gebaseerd is op het suggereren van beweging. Elke tekenaar heeft een heel eigen benadering van die suggestie. In het humoristische genre met zijn typische karikaturale stijl kan die suggestie sterk worden overdreven, omdat de personages zich toch steeds in bijna onmogelijke houdingen bevinden. In een meer realistische stijl gebeurt die suggestie door andere codes. De stijl van François laat bijvoorbeeld geen bewegingen à la Hergé toe. Jacobs' stijl is eerder realistisch, net zoals die van François. In die stijl komt een personage gemakkelijk belachelijk over. Het volstaat dat je het weergeeft à la Hergé, of beter nog: op zijn Franquins, om een absurd resultaat te bekomen. In het stripverhaal zijn we niet echt gewend aan een zo realistische uitwerking. François zit ergens tussen het anatomisch correcte realisme en een voor het stripverhaal wat meer gestiliseerde stijl.

Omwille van dat theatrale word je ook meer beschouwd als een tekenaar van mooie architecturen dan van stripfiguren.

Schuiten: Dat is zo. Het publiek heeft er behoefte aan op alles een etiket te plakken, en bij mij is dat architectuur. Dat stemt niet volledig overeen met de realiteit, maar het kon erger. Het is ook niet volledig fout, want ik ben onder andere een tekenaar van architectuur. Als het publiek alleen maar dat ziet, is dat jammer.

Het valt in De gids van de Duistere Steden ó een Michelingids-achtig boek waarin jullie de belangrijkste elementen van het universum tot in de kleinste details beschrijven ó enorm op dat bijna alle publicitaire affiches die Schuiten maakt, zijn gerecupereerd voor en ingepast in het universum.

Peeters: Dat klopt wel. We houden er van tevoren rekening mee. Als François een publicitaire opdracht aanneemt, doet hij dat ook in functie van de mogelijkheid ze achteraf in te passen.

Schuiten: Anderzijds, als je aan een verhaal bezig bent en men bestelt een tekening, dan is het toch logisch dat die tekening past bij de gemoedsgesteldheid waarin je je bevindt voor dat verhaal?

Jullie beperken zich niet tot strips. Ook affiches gaan tot het universum behoren, jullie houden fictieve conferenties over bijkomende aspecten ervan, bouwen scenografieën die ermee verwant zijn. Het houdt niet op. Snijden jullie zo een deel van het publiek niet van het universum af?

Peeters: Dat universum is per definitie nooit compleet. Het beeld van de ijsberg past daar goed bij.

Schuiten: Daar klinkt een zekere irritatie, die me erg interessant lijkt. Het universum heeft een wat wazig karakter, het gaat alle richtingen uit, en het publiek heeft er soms behoefte aan dat te omvatten.

Peeters: De totaliteit is iets voor verzamelaars, en ons universum zal steeds gaten bevatten. Al was het maar omdat een aantal zaken werkelijk 'duister' zijn. Sommige stukken bevatten wel wat geschiedenis, maar bestaan slechts op enkele exemplaren.

Schuiten: Zo'n ingesteldheid is erg anti-strip. Het medium probeert vooral reeksen te genereren waarvan het universum volledig is. Als de cyclus is afgerond, zal men misschien zelfs een box uitbrengen met alle albums. En in die box zit dus alles. Dat is volledig. Daar kan niets meer worden aan toegevoegd. En iedereen is gelukkig en vindt dat dát nog eens ernstige auteurs zijn. (lacht)

Jullie hebben in afleveringen de pagina's van De schaduw van een man gepubliceerd op jullie website. Welke meerwaarde geeft dat?

Schuiten: Eerlijk gezegd, zijn we daar niet erg tevreden over. Het verhaal is immers bedacht met het oog op publicatie als stripverhaal. Het stond op het net, maar daar hield het ook mee op. Het was enkel bedoeld om het gebrek aan prepublicatie in een tijdschrift te ondervangen. Er zou nog een soort specifieke transcriptie naar het Internet mee moeten gebeuren.

Waarom zijn jullie begonnen met jullie eigen website (www.urbicande.be)?

Schuiten: Voor onze fascinatie voor de nieuwe media en omdat we niet tevreden waren over onze eerste poging. Op een dag deden we een zoekopdracht naar “Duistere Steden”, en tussen de hits zat één formidabele Hollandse site, die toen veel origineler was dan de onze (www.xs4all.nl/%7Eeilko/intro/main-nl.html ó nvdr). Toen hebben we begrepen dat zo'n site enkel met volledige inzet iets kon worden, en hebben we beslist alles te herbeginnen. Sindsdien hebben we trouwens contact met die Hollanders. En we hebben hen uitgelegd dat we hun site even belangrijk vinden als de onze en hen allerlei materiaal bezorgd dat ze niet hadden. Zij zijn creatief bezig, net als wij. Dat is juist het mooie aan Internet: iedereen kan erop bezig zijn. Het is nog niet té gestructureerd, men kan zich nog permitteren stommiteiten te begaan.

Biblio: FRANçOIS SCHUITEN (tek. & scen.) & BENOîT PEETERS (tekst & scen.), De duistere steden: De schaduw van een man, Casterman, Doornik, 87 blz. (gekart.), 595 fr. FRANçOIS SCHUITEN & BENOîT PEETERS, De gids van de Duistere Steden, Casterman, Doornik, 68 blz., 545 fr. (Le guide des cités, de oorspronkelijke editie van dit boek, was bijna driemaal zo dik en bevatte beduidend meer informatie, maar is inmiddels zo goed als uitverkocht.)

ï In mei lanceert stripspeciaalzaak Brüsel een koopvideo van Le Dossier B, de beruchte docu-fictie van Schuiten, Peeters en RTBF-joernalist Wilbur Leguebe over de 'Bruxellisation', waarvoor ze zelfs VDB strikten (info: 02-502.35.52). ï Nog tot 30 september loopt in het Franse Villeneuve-sur-Lot (tussen Bordeaux en Toulouse) de 'exposition-spectacle' “Rêves de pierres”, die geconcipieerd is door Schuiten & Peeters en waarin de invloed van de beroemde achttiende-eeuwse Italiaanse graveur Piranesi op De toren, een album uit de Duistere Steden-cyclus, wordt uitgediept. De catalogus van de tentoonstelling (100 FF) bevat essays en een interview met Schuiten & Peeters over hetzelfde onderwerp.