Altaplana, world of Francois Schuiten and Benoit Peeters

the impossible & infinite encyclopedia of the world created by Schuiten & Peeters

User Tools

Site Tools


Sidebar

Main menu

Browse dictionary

Browse in logical order:
Persons | Cities | Albums | More...

Browse in chronological order:
Timeline | Obscure Timeline | New pages

Browse in alphabetical order:
A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | XYZ


Visit also

Visit Catalogue

Visit Office of Passages

Visit Atlantic 12


Follow us!

Visit altaplana on Facebook Visit altaplana on Google plus Visit altaplana on twitter


François Schuiten over Parijs Zien... 1

François Schuiten commented on four pages of the album Revoir Paris. The following document by Jean-Pierre Fuéri was published before in the French comic magazine Casemate number 75 of November 2014. The following Dutch translation is published on 20 December 2014 at www.stripspeciaalzaak.be. 1).


Commentaar bij pagina 24

Commentaar bij pagina 24

Over dromen: “Ik heb de houdingen van Kârinh in de ruimte graag bedacht. Ik wilde een vrouwelijk personage dat haar sensualiteit zou uitstralen. Dat haar kijk de nostalgie naar haar Parijs uitdrukt, is zoals bij het einde van de slaap, waarbij de nevelen van een droom je ineens inhalen en je nog enkele ogenblikken bewust doen verder dromen. Die sensualiteit, en het werk aan de inkleuring dat hier veel met het licht en haar lijf speelt, is een poging om een emotie over te brengen en de droomdimensie te ontwikkelen.”

Over de choreogrphie van het lichaam: “Het stripverhaal staat toe om sensualiteit via de kleinste details over te brengen, door handbewegingen, blikken, houdingen. We bouwen zo een waarachtige en fascinerende chorographie van het lichaam op.”

Over de polyvalente ruimte: “De kamer van Kârinh, waar ze onderaan de pagina in ontwaakt, is een ruimte die transformeert, en kan zich openen als een scherm of het worden. Ik geloof veel in deze polyvalente ruimtes, met muren die zich op vraag aanpassen, in vensters bijvoorbeeld, of zich openen als kluisjes. Ik heb een gesloten kamer bedacht, strikt, doorzichtig, hoewel er meerdere openingen mogelijk zijn. Ik heb me ver gehouden van technologie die gewoonlijk opduikt in sciencefictionverhalen.”

Over warme kleuren: “Na meerdere albums in zwart-wit, De Theorie van de Zandkorrel en Schoonheid, had ik zin om weer met warme kleuren te werken. Het is zoals fruit waar ik graag in bijt. Maar ik erken dat deze pagina's niet de meest kleurrijke van het album zijn. Dat zijn de platen die het best deze dimensie weergeven!”

Commentaar bij pagina 25

Commentaar bij pagina 25

Over Kârinh: “Na haar nogal wulpse val is Kârinh hier veel braver en ingetogener gekleed. Ze is fragiel en is op zoek naar zichzelf tussen de echte wereld en die uit haar reizen naar een Parijs dat niet echt bestaat. Er zijn veel onderbrekingen in dit album. We passeren via een belle époque naar een dimensie die een beetje à la Mad Max is.”

Over Parijs à la Albert Robida: “Miskijk je niet op de borden, we zitten hier in een Parijs dat door Robida is ingebeeld, en niet in Londen. Deze auteur schreef een sciencefictiontrilogie in de jaren 1880 en beschreef een uiterst verengelst Parijs. Hij verbeeldde toen al een mondialisatie van de taal.”

Over Robida's verbeelding: “Dit onwaarschijnlijk bestuurd tuig is zijn geliefkoosde vervoersmiddel. Ik heb geen enkel idee hoe het werkt, maar ik vind het lovenswaardig. Het symboliseert de toekomst waar ik sinds kind van droomde toen ik romans las over het jaar 2000 waarin kleine ruimteschepen door de straten zweefden. Robida vond onze toekomst uit vóór Jules Verne. Hij was een geweldige schepper, aan de vooravond van de verbeelding van zijn tijdperk. Door tekst en illustraties te mengen, werkte hij al op de grens van wat het stripverhaal zou worden. Door de kranten in te bladeren die zijn werk publiceerden, begrijp je dat hij een buitengewone auteur van de negende kunst had kunnen zijn.”

Over Robida als personage: “Robida woonde en stierf in Croissy-sur-Seine, een kleine gemeente in Yvelines. Het pad aan het gemeentehuis draagt nog altijd zijn naam. Ik garandeer je niet dat hij echt lijkt op mijn personage. In feite baseerde ik me op een journalist van France Culture.”

Commentaar bij pagina 26 origineel in zwart/wit

Commentaar bij pagina 26 origineel in zwart/wit

Over zwart-wit en kleur: “Ik hou zodanig veel van zwart-wit en ik hou zodanig veel van kleur dat ik je graag beide versies van deze plaat toon. Zwart-wit is een ongelofelijk efficiënt expressiemiddel dat je onophoudelijk verplicht om keuzes te maken, om te dramatiseren en te radicaliseren. De plaat ervoor komt voor in de catalogus van de expo in het Trocadéro. Ik schiep er plezier in om het zwart-wit te herwerken, het is een andere manier om de dimensie van de tekeningen en het verhaal meer uit te diepen. Elke pagina heeft zijn uitstraling en sfeer.”

Over twijfel: “Graven in de effecten waar enerzijds zwart-wit en anderzijds kleur voor zorgen passioneert me. En soms brengt het me aan het twijfelen. Als ik in kleur werk ervaar ik soms een drang naar kleur. En vice versa.”

Over tekst en tekeningen: “Deze scène speelt zich 's nachts af, ik kan dus meer zwart gebruiken en de intensiteit en de schaduwen versterken. In zwart-wit hou ik ook van de wisselwerking tussen tekst en tekeningen. Zowel het ene als het andere horen tot eenzelfde schrift. Een letter in zwart-wit op een pagina in kleur intrigeert me altijd, en het stoort me. Ik ben niet de enige want bepaalde auteurs platsen hun teksten in kleur!”

Over tekstballonnen: “Ik ben dol op tekstballonnen. Ik zie graag de manier waarop de tekst in dialoog treedt met het beeld. Mijn tekeningen bestaan alleen dankzij hun teksten, ik haal ze er nooit uit. Ik apprecieer nauwelijks digitale lettering en ben gek op handmatige lettering. Lettering is een stem, een emotie. De mijne heeft zijn fouten, is niet perfect, maar het is mijn lettering. Ik teken ook graag de titels, letter per letter.”

Commentaar bij pagina 26

Commentaar bij pagina 26

Over hersenactiviteit: “Bewonder de rokende dame, pure Robida, met een ongelofelijke stoutmoedigheid. Een gek beeld, ironisch, bijna pervers. En grappig! Inkleuren is een ander gedeelte van je hersenen in werking zetten, het is een andere wereld betreden. Terwijl je in zwart-wit werkt, werk je niet meer in kleur op eenzelfde manier. Zwart-wit verplicht je om een radicaler standpunt in te nemen want je kan je er daarna niet uit redden met de inleuring.”

Over het gevaar van kleur: “Het gevaar van kleur is dat je het te mooi wil maken, dat het er gewoon is als aankleding, om het te doen gelijken. De moeilijkheid is om het een doel te geven, voorbij simpele versiering. Wat kan het bijdragen aan de sfeer, de uitstraling van een pagina? Soms is het nodig dat kleuren levendig zijn, gevarieerd, in andere gevallen simpelweg monochroom, zoals hier. ”

Over ingebeelde kleuren: “Vreemd genoeg spreken lezers me aan over de kleuren van sommige albums die nochtans in zwart-wit zijn. Ze lazen in zwart-wit en zagen kleuren! Ik begrijp dat: zwart-wit doet de verbeelding werken, die op zijn eentje overeenkomstige kleuren toevoegt. Parijs Zien… verschijnt in kleur, maar omdat ik regelmatig oudere pagina's herwerk, is het goed mogelijk dat er bij gelegenheid een editie in zwart-wit verschijnt.”

Over de 'bekeerticht': “Met Benoît Peeters doe ik voort met onze 'bekering' die erin bestaat om onze albums te herwerken. Het volgende dat wordt heruitgegeven is De Poorten naar het Onmogelijke, een vooruitstrevend boek dat in de buurt komt van sommige kantjes in Parijs Zien… Het was door omstandigheden in een wat afwijkend formaat gemaakt. We zullen het compleet heruitvinden”